Het einde van de republiek: Caesar

De laatste periode van de republiek werd gekenmerkt door politieke conflicten uitgelokt door de ambitieuze leiders die de twee partijen, populares en optimates, com a plataformes per aconseguir un poder personal. Ara és el torn principalment de Pompeu i Juli Cèsar.

Pompeius

Pompeius (106-48 v.C.) en Crassus, twee zegerijke generaals, bemachtigden het consulaat in 70 v.C.. Crassus had Spartacus verslagen. Pompeius had zich onderscheiden in bepaalde veldtochten in opdracht van Sulla en had een aanhanger van Marius, Sertorius, verslagen. Deze was erin geslaagd in Spanje een onafhankelijke Romeinse staat op te richten (80-72 v.C.). De nieuwe consuls gaven de plebejers en de equites de rechten terug die Sulla hen had afgenomen. Een tijdje na zijn consulaat ondernam Pompeius een aantal veldtochten in het oosten die hem heel wat roem bezorgden. Hij versloeg de piraten die de hele Middellandse Zee onveilig maakten (67 v.C.). Hij onderwierp Klein-AziŽ door Mithridates, de koning van Pontus te verslaan (66-64 v.C.). Hij annexeerde de provincies BithyniŽ, Pontus en CiliciŽ en veroverde SyriŽ (63 v.C.). Met deze veroveringen en het onderwerpen van de rest van de koninkrijken in dat gebied, was Rome verzekerd van de directe en indirecte heerschappij van het oostelijk deel van het Middellandse Zeegebied. In het jaar 63 v.C., op het ogenblik dat Pompeius nog in AziŽ was, probeerde senator Catilina met geweld een staatsgreep te plegen. Deze opstand werd bedwongen door Cicero die de samenzwering aan het licht bracht in zijn Catilinarische redevoeringen.

Het eerste triumviraat

In het jaar 59 v.C. zagen 3 ambitieuze mannen hun politieke carriŤre geblokkeerd door de senaat en ze besloten gezamenlijk op te treden: Pompeius, die grote invloed en prestige had dankzij zijn schitterende militaire zeges. Caesar, die begon te schitteren in de politiek na zijn benoeming als pontifex maximus en leider was van de populares en Crassus, ťťn van de rijkste burgers van Rome. Zij sloten met hun drieŽn een geheim pact, het eerste triumviraat, om samen de macht te delen tijdens het consulaat van Caesar. Het pact werd bezegeld door het huwelijk van Pompeius met Julia, de dochter van Caesar. Eenmaal tot consul  verkozen, voerde Caesar de afspraken van het triumviraat uit door gronduitdelingen te organiseren voor de arme burgers en voor de veteranen van Pompeius. Bibulus, de consul van de optimates, werd gedwongen zich thuis terug te trekken tot het einde van zijn mandaat.

Na zijn consulaat verkreeg Caesar het pro-consulaat over GalliŽ en IllyriŽ. De Romeinen hadden enkel de heerschappij over het zuiden van Gallia Transalpina, maar Caesar slaagde er in acht jaar in om de rest van GalliŽ te veroveren (58-51 v.C.). De eerste veldtocht duurde twee jaar: Caesar gebruikte de verdeeldheid van de GalliŽrs en de volksverhuizingen om heel GalliŽ snel te bezetten. Latere opstanden brachten de veroveringen in gevaar totdat Vercingetorix, die alle GalliŽrs onder zijn commando had verenigd, verslagen en gevangen genomen werd in Alesia.

Caesar contra Pompeius

Ondertussen kwam het triumviraat, dat was blijven verder bestaan, ten einde na de dood van Julia en Crassus. Deze laatste was gestorven tijdens een veldtocht tegen de Parthen aan de oostgrens van het Romeinse Rijk (53 v.C.). Op hetzelfde ogenblik werd Rome geteisterd door een toename van geweld (de moord op Clodius) waardoor Pompeius als enige consul werd aangesteld (52 v.C.). In 49 v.C., na de verovering van GalliŽ, wou Caesar zich opnieuw kandidaat stellen voor het consulaat, maar de senaat verwierp zijn kandidatuur. Toen Caesar vervolgens de Rubicon overstak en zonder de toelating van de senaat ItaliŽ binnentrok met zijn legioenen, was dat het startsein voor een nieuwe burgeroorlog, waarbij Pompeius aan het hoofd stond van het leger van de senaat tegen Caesar. Pompeius stimuleerde de senatoren om Rome te verlaten en hij stuurde aan op een strategische terugtrekking naar Griekenland. Na zich versterkt te hebben in Rome, vocht Caesar tegen de aanhangers van Pompeius in Hispania (slag bij Ilerda) en versloeg hij Pompeius in de slag bij Pharsalus(48 v.C.) De verslagen Pompeius vluchtte naar Egypte. Caesar volgde hem, maar hij kwam te laat om Pompeius gevangen te nemen. Hij was ondertussen vermoord door de ministers van de Egyptische koning Ptolemaeus XIII, die in een troonstrijd gewikkeld was met zijn knappe zuster Cleopatra VII. Caesar kwam met zijn leger tussenbeide om Cleopatra, met wie hij een liefdesrelatie had, op de troon te zetten. De laatste aanhangers van Pompeius werden in Africa (47 v.C.) en in Hispania (Munda 45 v.C.) verslagen.

De dictatuur van Caesar

Caesar liep vooruit op het keizerrijk toen hij de republikeinse instellingen, die hij slechts in schijn respecteerde, geweld aan deed. Hij had als enige doel alle macht, die normaal gezien in handen was van een groep (oligarchie), in zijn handen te krijgen. Hij oefende ononderbroken verschillende ambten uit - waaronder het consulaat en de dictatuur - tegen alle republikeinse tradities in. Hij kreeg de macht van de censor (praefectura morum) en van de tribunus plebis (sacrosanctitas) en hij slaagde erin tussenbeide te komen bij de benoeming van de andere magistraten, zodat zijn kandidaten verkozen werden.

Om zijn macht in Rome te verstevigen steunde Caesar op het plebs, de equites en zijn veteranen. Zijn veteranen en andere burgers verkregen grond over het hele rijk om die te koloniseren. Ondanks het feit dat hij in de eerste plaats zijn partijgenoten begunstigde, vermeed hij “vriendjespolitiek” en behandelde hij de overwonnen vijanden met een zekere generositeit om de eenheid tussen de burgers te bewaren. Hij voerde een aantal hervormingen door om de instellingen aan te passen aan de nieuwe sociale realiteit. Het aantal magistraten en senatoren nam toe en hij opende de senaat voor de aristocratie uit ItaliŽ en de provincies. Hij hervormde het burgerlijke recht en de kalender (juliaanse kalender). Hij liet openbare werken uitvoeren o.a. op het Forum in Rome: het forum van Caesar, de tempel van Venus Genetrix, de basilica Julia. Deze werken kaderden in de republikeinse traditie en sloten aan bij zijn goddelijke oorsprong, als lid van de gens Julia, die afstamde van de godin Venus.

De verdachtmakingen als zou hij zichzelf als koning hebben willen kronen, zorgden voor een republikeinse samenzwering die een einde bracht aan zijn leven. Caesar werd neergestoken door een groep senatoren onder leiding van de Brutus en Cassius, tijdens een senaatszitting op de Iden van maart in het jaar 44 v.C..

Nieuwe burgeroorlogen

De moord op Julius Caesar veroorzaakte een nieuwe golf van burgeroorlogen. De erfgenamen van Caesar waren: de zeer jonge Caesar Octavianus, zijn neef en adoptiefzoon, en Marcus Antonius, een voormalige luitenant van Caesar. Na een kort conflict tussen beiden, waarbij Cicero Octavianus steunde om zich te kunnen ontdoen van Antonius, zoals blijkt uit de Philippische redevoeringen, kwamen Octavianus en Antonius tot een overeenkomst. Ze vormden samen met Lepidus een tweede triumviraat met als officiŽle doelstelling: de hervorming van de republiek. Maar onmiddellijk voerden ze een wrede repressie tegen de republikeinse oppositie, waarbij o.a. Cicero werd vermoord. Een beetje later versloegen zij de legers van Cassius en Brutus bij Philippi (Griekenland). De triumviri kwamen overeen het rijk te verdelen. Het pact werd bezegeld met het huwelijk van Antonius en Octavia, de zuster van Octavianus. Na een tijdje verdween Lepidus van het toneel, en werd het rijk verdeeld over Octavianus (het westen) en Antonius (het oosten). Terwijl Octavianus in Rome de openbare werken, projecten van Julius Caesar, heropnam, en eigen initiatieven ontwikkelde, verbleef Antonius in het oosten, meer bepaald in AlexandriŽ. Hij werd er verleid door Cleopatra. Antonius verstootte Octavia om te huwen met Cleopatra, en hij verloor de sympathie van de Romeinen, toen Octavianus Antonius’ testament bekendmaakte dat in bewaring gegeven was bij de Vestaalse maagden. Daarin was bepaald dat de Romeinse bezittingen in Asia werden nagelaten aan de tweeling die had bij Cleopatra. Octavianus wierp zich op als verdediger van de Romeinen tegenover de oosterse “ontsporing” van Antonius. Hij verklaarde de oorlog aan Egypte en ging de confrontatie aan met de vloot van Antonius en Cleopatra in de zeeslag bij Actium (31 v.C.). Antonius en Cleopatra werden verslagen en vluchtten weg naar AlexandriŽ, achternagezeten door Octavianus. Daar pleegden ze zelfmoord. Op die manier verkreeg Octavianus, de latere keizer Augustus, de heerschappij over Egypte en de onbetwistbare leiding over het Romeinse rijk.

 

De hoofdrolspelers

 

Pompeius

 

Caesar, Museo Archeologico, Vicenza (S.G.).

 

Crassus

 

Cleopatra (?), Grieks-Romeins Museum;, AlexandriŽ (S.G.).

 

Antonius, Museo Civico Archeologico, Bologna (S.G.)

 

Augustus, Grieks-Romeins Museum, AlexandriŽ (S.G.).

 

 

Gouden muntstuk met de beeltenis van Brutus en, op de achterzijde, twee zwaarden, een vrijheidsmuts ťn een inscriptie: "de iden van maart", een allusie op de moord op Caesar (onderaan)

 

 

Cleopatra aan de zijde van de god met de krokodillenkop, Sobek, in een reliŽf op de tempel van Kom Ombo, Hoog-Egypte (S.G.).